Aanvraag obductie

  • Obductieaanvraag obstetrie en neonatologie, obduceren, sectie, autopsie

Aanvraagprocedure

Obductie volwassenen

Als behandelend arts kunt u een verzoek tot het verrichten van een obductie indienen door middel van het Aanvraagformulier obductie.
Met het ondertekenen van de obductieaanvraag geeft u aan dat uw patiënt een natuurlijke dood is gestorven (conform de overlijdensverklaring).

Nabestaanden dienen expliciet toestemming te verlenen voor de obductie en de eventuele schedelobductie.

Op het aanvraagformulier obductie dient u de volgende gegevens te vermelden:

  • Persoonsgegevens van de overledene;
  • Datum en tijdstip van overlijden;
  • Uw naam en telefoonnummer (en bij overdracht de gegevens van uw collega);
  • Ziekenhuis(afdeling) of huisartsenpraktijk;
  • Toestemming nabestaanden voor (schedel-)obductie;
  • Eventuele verdenking van ernstige besmettelijke ziekte (bijv. HIV, hepatitis, tuberculose, Creuszfeldt-Jakob);
  • Beknopt ziekteverloop, klinische diagnose en (waarschijnlijke) doodsoorzaak;
  • Specifieke vraagstelling;
  • Uw handtekening.

Het volledig ingevulde aanvraagformulier obductie dient u rechtstreeks naar het mortuarium van uw ziekenhuis te faxen, dan wel mee te geven aan de begrafenisondernemer die belast is met het transport van het lichaam.
Indien gewenst, kunt u vooraf telefonisch overleg plegen met de patholoog die de obductie zal gaan uitvoeren. Geeft u dit s.v.p. ook aan op het formulier.

Faxnummers mortuaria:

MST Enschede: 053 - 4873084
ZGT Almelo: 0546 - 693417
SKB Winterswijk: 0543 – 544786 (receptie)

Na ontvangst van het aanvraagformulier neemt het desbetreffende mortuarium contact op met LabPON. In de meeste gevallen zal de patholoog de eerstvolgende werkdag rond 8:30 uur met het postmortale onderzoek starten. Soms vindt de obductie later op de dag plaats.

De patholoog zal de eerste bevindingen zo snel mogelijk telefonisch aan u (of uw collega, indien vermeld) mededelen.
Het volledige pathologisch onderzoek van het afgenomen lichaamsmateriaal vergt meer tijd. LabPON streeft ernaar om dit binnen acht weken na de obductie af te ronden.

Kindersecties/miskraam

Tot een amenorroeduur van 16 weken (klinisch miskraam) kan door het laboratorium, afhankelijk van de bevindingen van de kinderpatholoog besloten worden de casus onder een T-nummer of onder een S-nummer te verwerken.

Bij een miskraam onder 10 weken kan het materiaal in formaline worden ingezonden (zie ook abortus).


Bij een miskraam tussen 10-16 weken weken dient de foetus in principe vers te worden ingezonden (dus niet op formaline of andere vloeistoffen), tenzij in overleg met een van de kinderpathologen anderszins wordt besloten (dit is afhankelijk van de casus), waarbij buiten openingstijden de foetus in de koelkast bewaard dient te blijven tot het moment van inzenden. Neemt u bij het vers inzenden altijd contact op met het secretariaat ter aankondiging.

Vanaf 16 weken (klinisch IUVD of perinataal overlijden) moet de aanvraag geschieden via het officieel sectieformulier voor kinderobducties (Obductie-aanvraag obstetrie en neonatologie). Zonder dit volledig ingevulde formulier en de bijbehorende handtekening van de aanvrager wordt de obductie niet verricht.
Tussen 16-24 weken wordt het onderzoek uitgevoerd op het laboratorium. 
Vanaf 24 weken wordt het onderzoek uitgevoerd in de mortuaria van de ziekenhuizen en verloopt vervolgens de verdere verzorging via de mortuariumbeheerder/uitvaart organisatie.

Noot: In 2016 gaat vermoedelijk de NODOK procedure van start. Deze heeft betrekking op alle overleden kinderen vanaf de perinatale leeftijd-18 jaar. Zodra hierover meer informatie beschikbaar wordt, zal deze hier worden weergegeven.

Voor aanvullende informatie en vragen over de logistiek en werkwijze omtrent kinderobducties kunt u uiteraard contact opnemen met een van onze kinderpathologen H. Peters, M. Brinkhuis, S. Roothaan en M. Hogenes.